Covid teststraat op duurzame energie dankzij Loveland

Covid teststraat op duurzame energie dankzij Loveland

Het “kopje suiker” van de energietransitie

Als iemand een ongebruikte energieaansluiting heeft, of een energieaansluiting die maar op bepaalde tijdstippen gebruikt wordt, waarom zou je die niet delen en wat eraan (terug)verdienen?

COVID-19 Teststraat:

De COVID-19 teststraat in Amsterdam Zuid-Oost bevind zich op het parkeerterrein van het Optisport Bijlmer Sportcentrum. De Amsterdamse teststraat is opgetogen onder de organisatie van een Amsterdamse evenementenorganisator Loveland. Al bij de start is gebleken dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar was vanuit het Sportcentrum en dat de inzet van een dieselaggregaat benodigd was.

NRG Accounting is in contact gekomen met de evenementenorganisator vanuit de vraag of er geen andere, vooral duurzamere, mogelijkheden zijn voor het leveren van energie aan de teststraat. NRG Accounting heeft een energiescan uitgevoerd waarin een analyse is gemaakt van welke bestaande energie-aansluitingen in de omgeving beschikbaar zijn.

Naast de teststraat bevindt zich het Bijlmer Parktheater, met een grote energieaansluiting. Vanuit de scan is gebleken dat deze energieaansluiting ‘overcapaciteit’ heeft. Dit betekent dat er een deel van de aansluiting onbenut is en mogelijk wel kan worden benut. Door het gesprek aan te gaan met het theater zijn er afspraken gemaakt over het kunnen inzetten van de overcapaciteit ten behoeve van het leveren van energie aan nabijgelegen teststraat.

 NRG Accounting maakt het mogelijk dat de teststraat de stroom bemeterd kan afnemen van het theater, zodat aggregaten overbodig zijn, kosten aanzienlijk worden verminderd voor de teststraat, en het theater wat extra inkomsten heeft.

Bemetering

In situaties waarbij door ‘derden’ gebruik wordt gemaakt van bestaande, grotere, energie-aansluitingen is een correcte bemetering essentieel. Niet enkel vanwege het in rekening kunnen brengen van al het stroomverbruik aan de ‘derde’, maar ook om sturing te kunnen geven op het piekvermogen dat wordt afgenomen. Een monitoring en eventueel bijsturing is benodigd om de eigenaar niet onnodig op kosten te jagen.

Aanvragen van een (bouw)aansluiting vaak geen optie

Een veelgehoord alternatief van de aggregaat is het aanvragen van een tijdelijke (bouw)aansluiting. De uitdaging hierin is echter dat de doorlooptijden van deze aansluiting hoog oplopen, tot wel 20 weken of meer. Het aanvragen van een aansluiting op het net kan dan ook alleen in gevallen waarbij het ruim van te voren bekend is dat er een energievraag ontstaat op een locatie. In geval van de teststraat dienden alles in enkele weken geregeld te worden én is de testraat tijdelijk. Hierdoor zou er de kans bestaan dat de tijdelijke (bouw)aansluiting pas gereed is als de teststraat alweer afgebouwd wordt.

Herbruikbare of recyclebare bekers op evenementen, wat is de meest duurzame keuze?

Herbruikbare of recyclebare bekers op evenementen, wat is de meest duurzame keuze?

Herbruikbare of recyclebare bekers op evenementen, wat is de meest duurzame keuze?

Op 16 november 2020 publiceerde The LCA Centre in opdracht van Rijkswaterstaat en in samenwerking met Plastic Promise een wetenschappelijk onderzoek naar de milieueffecten van verschillende soorten plastic drinkbekers voor evenementen. Wil je weten wat de impact van herbruikbare vs recyclebare bekers is en welke keuzes je als organisator of beleidsmaker kan maken om die impact te beperken? In dit artikel delen we de belangrijkste resultaten en oplossingen op het gebied van afvalvrije bekersystemen.
De vraag naar meer duidelijkheid omtrent de milieueffecten van de verschillende soorten bekers werd gesignaleerd door Plastic Promise, een landelijk platform waarop koplopers in de evenementen industrie hun kennis en ambities delen om het gebruik van wegwerp plastic te verminderen en het alsnog gebruikte plastic hoogwaardig te recyclen

DE UITDAGINGEN VAN AFVAL GRONDSTOFVERWERKING OP FESTIVALS

DE UITDAGINGEN VAN AFVAL GRONDSTOFVERWERKING OP FESTIVALS

In 2025 circulair. Dat is het doel van een groot aantal festivals dat ze gezamenlijk hebben
vastgelegd in de Green Deal Circular Festivals tijdens de ADE Green Conference in oktober 2019.
In deze internationale overeenkomst is duurzaam gebruik van materialen en grondstoffen een
cruciaal onderdeel. Ook evenementen buiten de Green Deal krijgen steeds meer te maken met regelgeving die toewerkt naar circulariteit. Maar hoe staan de festivals ervoor?
Door Daan Stigter

 Het draagvlak onder bezoekers groeit en er ontstaan steeds meer oplossingen om circulariteit haalbaar te maken. Er blijken in verschillende lagen binnen de industrie ontwikkelingen en uitdagingen op het gebied van duurzaamheid te zijn, van het materiaal voor je bierglas tot de regelgeving vanuit gemeenten. Veel festivals zijn bezig met het ontwikkelen van een eigen duurzaamheidsstrategie. In dit artikel onderzoek ik de cruciale onderdelen van circulaire afvalsystemen en kijk ik hoe die samengebracht kunnen worden. Ik bespreek de uitdagingen met experts en beschrijf mijn bevindingen als eindverantwoordelijke voor de grondstoffen op festival Into The Great Wide Open (ITG-WO) 2019.
Een festival is een plek waar in een korte periode een heleboel mensen bij elkaar komen wat zorgt voor een berg afval. Festivals vinden vaak plaats in natuurgebieden, zoals ITGWO tussen het bos en de duinen op Vlieland. Al deze mensen en de berg afval hebben een enorme impact op de omgeving. De natuurlijke processen op de locatie moeten zo snel mogelijk weer kunnen herstellen, zodat je ieder jaar opnieuw een festival kan organiseren. Een circulair principe op zichzelf. In een circulair systeem komen geen afvalstoffen voor. De basis is dat grondstoffen en materialen worden hergebruikt op een manier waarbij geen (of zo min mogelijk) waarde verloren gaat.


DUURZAAMHEID ALS BASISVOORWAARDE
Dit principe van ‘afval = grondstof’ was ook het uitgangspunt toen ik als afstudeer-project de grondstofstromen van ITGWO analyseerde en een verbeterd plan schreef voor de uitvoering. Voor ITGWO was duurzaamheid vanaf het eerste moment een basisvoorwaarde van de organisatie. Op het festival wordt al jaren gebruikgemaakt van een herbruikbaar hardcup bekersysteem en eten wordt verkocht op afwasbare borden of in composteerbare bakjes. Om deze oplossingen te ontwikkelen werkte het festival samen met Lab Vlieland, een organisatie die voor veel meer festivals de duurzame systemen test en onderzoekt. Door de urgentie van circulariteit te erkennen komt er ruimte om te zoeken naar oplossingen en is de drempel om deze aan te dragen laag. In mijn afstudeerproject ging ik op zoek naar een oplossing voor het goed ‘schoon’ scheiden van de afvalstromen, zodat deze als grondstoffen verder gebruikt konden worden. Yoeri Brassé, Concept Developer bij cateringbedrijf The Food Line-up, herkent zich in de kracht van het vastleggen van duurzame waarden in de basis van een bedrijf: “Wij werken met door ons opgestelde foodstandards. Duurzaamheid is hierin een belangrijk uitgangspunt en is onderverdeeld in voorwaarden die we stellen aan onze dienstverlening en die van onze partners.” Duurzame systemen lopen door alle lagen van een organisatie heen. Daarom is integratie vanuit de basis nodig. Duurzaamheid is dan geen keuze meer en dit brengt het gesprek niet naar óf, maar naar hóe er duurzaam gewerkt gaat worden.

IEDEREEN IS ONDERDEEL
De partijen waarmee je samenwerkt moeten natuurlijk meegaan in de circulaire ambities van het festival. Het systeem is immers sterk van hen afhankelijk. Grondstoffen Expert Leonie Boon: “We communiceren vooraf met alle partijen waar we voor een festival mee samenwerken, zo ook met cateraars. We inventariseren welke grondstoffen ze verwachten te verbruiken en leggen uit hoe deze gescheiden worden verwerkt.” Op ITGWO was te merken dat deze communicatie vooraf belangrijk was. Cateraars merkten hierdoor dat het scheiden van grondstoffen serieus genomen werd en bleken daardoor zeer bereid om actief deel te nemen. Als het scheidingssysteem van het festival niet goed gevolgd werd, werd er meteen een gesprek gevoerd met de cateraar om te kijken waar de weerstand lag. Er kwam dan vaak naar voren dat het afval ‘uiteindelijk toch op een hoop ging’. Zodra uitgelegd werd hoe de vervolgstappen van het verwerkingssysteem in elkaar zaten, bleek er meer bereidheid te zijn om mee te werken.

KRACHT VOOR VERANDERING
Ook de andere partijen binnen de keten moeten betrokken worden. Zo moet een gescheiden afvalstroom goed aansluiten bij de standaarden van een afvalverwerker, dat is momenteel nog niet altijd het geval. Voor afvalverwerkers zijn de grondstofstromen van de huidige festivals lang niet altijd interessant om echt duurzaam te verwerken, maar dat kan veranderen zodra meer festivals gescheiden stromen gaan aanbieden. Marije van Kapel, producent voor Best Kept Secret: “We missen soms transparantie bij de afvalverwerkers waar we mee samenwerken, terwijl dit echt nodig is om te snap-pen wat elkaars wensen zijn.” Het lijkt erop dat de kracht voor verandering begint bij de festivalorganisaties, omdat zij de meeste partijen bij elkaar brengen en daar ook keuzes in kunnen maken. Marcel Crul, Associate professor bij NHL Stenden University of Applied Sciences: “De plasticindustrie heeft vrij algemeen geformuleerde voornemens. De grote afnemers daar-van, bijvoorbeeld frisdrankproducenten, hebben concretere doelstellingen, maar wel voor de lange termijn en nog altijd met single use plastics. Als festival kun je veel verder gaan door zelf te kiezen voor leveranciers die alternatieven aanbieden, die zijn er namelijk genoeg.”

ZICHTBAARHEID
Kiezen voor de juiste partners geeft je ook
de mogelijkheid om grote stappen te maken. “Achteraf evalueren we met iedere partner en kijken we hoe het is gegaan en waar het vol-gende jaar de meeste winst geboekt kan worden. Transparantie en samenwerking zijn voor mij de belangrijkste pijlers”, zegt Leonie Boon. Ook festivalbezoekers hebben grote invloed op een werkend circulair systeem. Door zichtbaarheid richting de bezoekers creëer je het bewustzijn dat ze onderdeel zijn van dit systeem. Op ITGWO worden rondleidingen gegeven over de circulaire oplossingen van het festival en op het festival DGTL staat in het midden van het publieksgebied een Recycle HUB waar bezoekers kunnen zien hoe alle grondstoffen samenkomen en worden verwerkt. “Bezoekers verwachten tegenwoordig dat onze catering duurzaam is, dat wil je ook kenbaar maken”, zegt Yoeri Brassé, Concept Developer bij cateringbedrijf The Food Line-up.

MINDER PLASTIC, MAAR HOE?
Voor bezoekers is het belangrijk dat het meedoen aan een circulair systeem niet te ingewikkeld is. Er moeten zo min mogelijk keuzes voor scheiding zijn, om fouten te vermijden. Bij ITGWO is er samen met Lab Vlieland voor gekozen om in het publieksgebied alle bordjes, koffiebekers en bestek van composteerbare materialen te maken. Er is slechts één afvalbak en daarom is het voor de beschonken bezoeker een makkelijke handeling om juist te scheiden. Er ontstaat een monostroom met dus maar één keuze: composteerbaar. De keuze voor composteerbaar servies op ITGWO is niet de enige oplossing voor een goede verwerking, soms is de plastic variant zelfs beter. Marcel Crul: “Papieren of kartonnen bekers zijn vaak slechter voor het milieu dan het gebruik van plastic alternatieven, mits deze goed gerecycled worden.” Mojo, organisator van onder andere Lowlands en Down The Rabbit Hole ontwikkelde om deze reden een eigen scheidingsmachine
die de drinkbekers uit het afval filtert, waardoor ze gerecycled kunnen worden. Festivalorganisatoren wegen de voor- en nadelen af en kiezen heel wisselend voor wegwerp plastic, fossielvrij geproduceerd plastic of zelfs helemaal geen plastic. Het belangrijkste hierbij is dat grondstoffen, dus ook plastics, op de meest hoogwaardige manier hergebruikt kunnen worden. In oktober 2018 werd hierover de Plastic Promise ondertekend door grote partijen in de industrie. Hier werd de ambitie uitgesproken om in 2021 minimaal 50% van het wegwerpplastic uit te bannen en te vervangen door herbruikbare of hoogwaardige recyclebare alternatieven. Christa Licher, programmamanager bij het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat: “In het kader van de Plastic Promise werken we samen met gemeenten, festivalorganisatoren, leveranciers en andere betrokken partijen aan een circulair bekersysteem. Opgedane kennis wordt onder andere in samenwerking met de gemeente Leiden gedeeld met de evenementensector en lokale overheden.”

REGELGEVING
Het lijkt erop dat er behoefte is aan uniforme systemen die op grotere schaal bij meerdere festivals toegepast worden. Yoeri Brassé: “Er mist een standaard voor grondstofrecycling. De nu bestaande systemen worden op kleine schaal toe-gepast waardoor ze nog niet kostenefficiënt zijn.” Er is een afvalstandaard met gescheiden stromen die voor huishou-delijk afval en bedrijfsafval gebruikt wordt, maar de afvalverwerkers zijn niet ingesteld op tijdelijke infrastructuren als een festival en de markt is momenteel te klein voor afvalverwerkers om hierin te investeren. Om de ontwikkeling te stimu-leren zijn gemeenten bezig met het stellen van duurzaamheidseisen bij het vergeven van een vergunning voor een evenement. Leonie Boon: “Dat heeft er in Amsterdam voor gezorgd dat er nieuwe samenwer-kingen zijn ontstaan die de transitie en mogelijkheden hebben versneld.” Toch is er een lastige balans tussen goede regels en onhaalbare eisen voor de duurzame stappen die festivals moeten zetten. Marije van Kapel: “Wij hebben niet altijd goede ervaringen gehad met het verplich-ten van maatregelen. Bij het stellen van eisen is het echt belangrijk dat gemeenten samenwerken met experts en organisa-toren om te kijken wat er haalbaar is.” Het ministerie onderschrijft het belang van publiek-private samenwerking.
“Naast de Plastic Promise zijn festivalorganisatoren bestrokken bij het Plastic Parct NL. Meer dan honderd bedrijven hebben zich gecom-mitteerd om slimmer en zuiniger om te gaan met plastics. Gezamenlijk wordt gezocht naar circulaire innovaties om de gestelde doelen te bereiken”, geeft Christa Licher aan.

SAMENWERKEN EN KENNIS DELEN
In de Green Deal Circular Festivals hebben organisatoren uitgesproken in 2025 circulair te willen zijn. De oplossingen hiervoor zijn door de festivals ontwikkeld en toegepast, maar om echt circulair te worden moet schaalvergroting plaatsvinden. Nu passen festivals nog veel hun eigen systemen toe en om de volgende stap te kunnen zetten is samen-werking nodig. Marije van Kapel: “Kennis delen is voor ons key. We willen samenwerken en uitproberen om te zoeken naar oplossingen die op grote schaal betaalbaar zijn. Er valt nog veel te winnen en daarom sloten wij ook aan bij de Plastic Promise en de Green Deal. Het is goed om te verenigen, er zijn nu specialisten die zich erin verdiepen en inzichtelijk maken hoe we de meest zinvolle stappen kunnen zetten.”
Into the Great Wide Open werkt veel samen met organisaties zoals Lab Vlieland en Innofest. Beide organisaties zoeken de verbinding op met het bedrijfsleven en gebruiken een festival als mini-samenleving om duurzame innovatie te testen. Het ministerie moedigt dit ook aan, zegt Christa Licher: “De festivalsector is innovatief en kan snel schakelen. Pilots die hier succesvol zijn, kunnen door steden worden overgenomen en daarmee voor een verdere transitie zorgen.” Door de Plastic Promise en de Green Deal komen meer samenwerkingen tot stand en dit onderwerp overstijgt het concept van concurrentie. Leonie Boon: “Dat zie je terug in hoe Awakenings en Loveland vorig jaar gingen wer-ken met een gezamenlijke container voor plastic bekers. Zulke samenwerkingen zou je meer willen zien.” Grote partijen zijn inmiddels aan boord. Bij kleinere partijen is duurzaamheid vaak een minder groot thema. Het is belangrijk dat zij meegenomen worden in de ontwikkelingen en betrokken worden bij samenwerkingen. Hiervoor wordt jaarlijks de ADE Green conferentie gehouden en door het jaar heen organiseert Green Events webinars en workshops die vrij beschikbaar zijn voor iedereen. Kortom, met samenwerking en transparantie is het mogelijk festivals circulair te maken. De festivalindustrie is als geen ander in staat om te anticiperen en daarmee aan de voorhoede van duurzame ontwikkelingen te staan.
Meer informatie op:

Lab Vlieland: www.labvlieland.nl
Green Events: www.greenevents.nl
Plastic Promise: www.plasticpromise.nl
Green Deal: www.greendeals.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AirQon Zoom-in 1: Not only for mobility purposes– towards the car as a service

AirQon Zoom-in 1: Not only for mobility purposes– towards the car as a service

 

by Javier Leiva| | UIA Initiative

The purpose of my first visit to the city of Breda was to learn firsthand about the AIRQON project. Anyone may think that a technology-based project like this could be defined by the product that is being put in place. However, I have been working on innovation projects for years, and there is a fundamental question to be addressed: what is AIRQON for?

nt for 2.6% of annual vehicle sales in the world and represents a 1% of the global car stock in 2019.

Global Electric car stock 2010-2019 (Source: IEA. https://www.iea.org/data-and-statistics/charts/global-electric-car-stock-2010-2019)

Annual electric vehicle sales in the world

2.6%

Global car stock in 2019 electric powered

1%

Using its battery as an energy resource is a promising, outstanding application of the electric car. They are the soul of the vehicle, and can be seen as a valuable, functional asset. Energy storage is a critical issue nowadays, but we are facing an increasing electric car stock year by year. Using these batteries allows customers to benefit from different energy prices by charging at night or using renewable energy to do so. At the same time, they can use them for self-consumption in times of high demand, avoiding the most expensive energy costs and collaborating with network operators in flattening the daily energy demand. According to IEA estimations, by 2030 this contribution of electric car batteries may represent up to about 10% of demand at peak times.

Expected contribution to peak demand from electric car batteries by 2030 (Source: IEA. https://www.iea.org/data-and-statistics/charts/contribution-of-electric-vehicles-to-hourly-peak-demand-by-country-and-region-in-the-evening-and-night-charging-cases-in-the-sustainable-development-scenario-2030)

Contribution of electric car batteries at daily peak times by 2030

10%

So far, there is a long way to go through but the electric car user normally approaches these technologies with interest, awareness of sustainability and innovative spirit. Moreover, AIRQON goes even further focusing on the social, collective impact of energy solutions instead of other means such as diesel generators to power consumption in temporary, off-grid uses, such as events or street markets. Therefore, AIRQON allows the use of electric cars as a safe, reliable energy source alternative to others resulting in local emissions.

AIRQON has a fundamental component in the involvement of end users, not only as the role of event organizers, which may be familiar with technical aspects like energy planning, but also as a basic energy provider. AIRQON requires a community for the maximum development of its potential, since it is a crowd-power solution. If there are not numerous, diverse users participating with their cars, it hardly will make sense.

This first Zoom-in brings together three of the agents managing assets that make a project like AIRQON possible: a car dealer, a fleet manager and a global energy manager. It is worth mentioning that the latter is a business that does not belong to the consortium, which provides an external vision of the project. All of them reflect a practical orientation in AIRQON, despite being an innovation project, and face trending issues related to electric mobility.

 Firstly, the deployment of recharging infrastructures has always had to face the vicious circle of initially insufficient recharging demand, which slows down the implementation, respectively. This issue is inherent to the existence of electric cars. However, in a country like the Netherlands, hosting a 4% of the world’s private chargers and 8% of the public conventional chargers according to IEA statistics, is this infrastructure enough? And if the use of the electric cars is diversified for purposes like AIRQON proposes?

Private (left) and publicly accessible (right) slow EV chargers by country (Source: IEA. https://www.iea.org/data-and-statistics/charts/private-electric-vehicle-slow-chargers-by-country-2019; https://www.iea.org/data-and-statistics/charts/publicly-accessible-electric-vehicle-slow-chargers-by-country-2019)

Private (left) and publicly accessible (right) slow EV chargers by country (Source: IEA. https://www.iea.org/data-and-statistics/charts/private-electric-vehicle-slow-chargers-by-country-2019; https://www.iea.org/data-and-statistics/charts/publicly-accessible-electric-vehicle-slow-chargers-by-country-2019)

Secondly, leasing is experiencing a dramatic growth in the weight of total car sales. This option, hitherto related to companies or professionals, is opening its way among private customers. According to the research report on the global car leasing market by Technavio, it is predicted to have an annual growth rate close to 14% in the period 2019-2023. So, the question here is: how does this impact on an initiative like AIRQON? Because, if I am not the owner of the car, may I take part on it?

And thirdly, and also related to this new paradigm brought by the success of leasing plans, there is the expansion of car sharing services, which are increasing rapidly, especially in cities, and not only on this means of transport. According to Deloitte, the estimation for 2020 is to reach more than 150,000 shared cars in Europe, serving a total community of more than 15 million users. It must be taken into account the wide availability of car sharing services, suitable for any distance and other mobility requirements.

Classification of car sharing services among existing mobility concepts (Source: Deloitte. https://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/de/Documents/consumer-industrial-products/CIP-Automotive-Car-Sharing-in-Europe.pdf)

 

This leads again to the same question: may I decide about using my car in AIRQON and benefit from that? What about the car sharing company and their business objectives? If we consider that vehicle-to-grid functionalities are implemented in the car by the manufacturer, as a default feature, the debate is even wider. At the end of the day, the car is perceived as a service, and under this consideration AIRQON comes to power events, what means, as a consequence, to enter in the field of power as a service.

The transition that mobility is experiencing is pointed in the Policy Note from the European project CIVITAS. From a dominant individual car ownership, we are moving towards a combination of owned, on-demand and shared means of transport, enabling more consumer choice options and shared economy conditions. And, in relation to all this, applications like the proposed ones in the AIRQON project are trending technical solutions ready to be used today.

Relevant trends in mobility (Source: CIVITAS project. https://civitas.eu/sites/default/files/civ_pol-07_m_web.pdf)

Behind this there are electric cars continuously evolving, vehicle to grid technologies gaining maturity… So, the availability of technical solutions will be unstoppable, but, what about the consumers? And what about fleet managers, car sharing services or car dealers? Are they ready as well?

In these times of COVID-19, companies, public administration and citizens in general have been pushed to change the way we work. Digitalization allows us to virtually bring together part of the main actors that make AIRQON possible, related with end users in multiple ways with a common objective of boosting electric mobility and making events greener. Johan Janse, Director of Buurauto; Bart van der Born, Director of Leender van der Born Nissan dealer; and Jordi Leijnse, Consultant of JLC Duurzaamheid, let us have a zoom-in about the role electric mobility plays in this initiative and in their forthcoming trends.

https://www.linkedin.com/in/johanjanse/

Johan Janse, Director of Buurauto

Interview

Buurauto

 

What is Buurauto?

Buurauto is a shared car service provider that gives AIRQON the possibility to use the Buurauto fleet, which consist mostly out of Nissan Leaf cars. We have one of the biggest shared electric car fleets in the Netherlands. In fact, we have just become part of Mywheels, a fleet operator of shared vehicles, 150 of them electric, which is able to provide services to a community of up to 80,000 people.

 

https://www.linkedin.com/in/bart-van-den-born-80b2511/

Bart van der Born, Director of Leender van der Born Nissan dealer

Interview

Leendert Van Den Born

 

What is Leendert Van Den Born?

We have been car dealers for more than 50 years, we have done everything on this business. We delivered the first Nissan Leaf in the Netherlands, and what I began to perceive in 2009 is happening right now. Most of my customers ask me lots of questions about electric cars. At present, they represent around 7% of the sales in the national market, so they are a very competitive option.

 

https://www.linkedin.com/in/jordi-leijnse-067b0587/

Jordi Leijnse, Consultant of JLC Duurzaamheid

Interview

JLC Duurzaamheid

 

What is JLC Duurzaamheid?

We provide energy accounting services, mainly supporting municipalities, construction companies or event organizers. We help them to achieve sustainability goals in the energy supply. That means that we focus on how they fit demand at the same time they are financially responsible. The possibilities are endless, we are only starting.

 

You play very different roles, yet complementary.

Bart van der Born: Leendert van der Born started providing 20 electric cars to Breda Municipality’s fleet. Additionally, a Nissan Leaf and an electric van Nissan eNV200 are available for testing AIRQON functionalities. Apart from this, we can communicate with Nissan to have technical support, if needed. We are also committed to disseminate the project insights among our customers and to collect their impressions about it.

Johan Janse: Buurauto provides vehicles as well, but by means of a shared car service. That means, in other words, that we are a portal for everyone not only interested in using an electric vehicle, but also interested in using a car in a shared service. We think that sharing is caring for the environment.

Jordi Leijnse: JLC provides global energy solutions, including electric mobility, since it is one of the major questions of our target audience. We are partners with car dealers and renting services.

 

Jordi, you are an external partner of AIRQON; how is your experience on this initiative?

Jordi Leijnse: This is an opportunity for us to make sure that we are involved in the latest innovations, that we choose the best solutions for our customers. So, we are an early adopter of AIRQON, our customers are interested in it. Furthermore, this gives us the possibility to increase our target audience, thanks to the potential of this portable power supplier.

 

All of you are closely related to business models that move towards the electrification of transport, although each one focuses on different areas of the market. What is the perception of your customers about electric mobility?

Jordi Leijnse: Our customers demand solutions for off-grid uses, so we learn how to manage our electric car fleets as mobile battery packs. AIRQON lets any visitor or worker to move with the power source, or in other words, they are the power supply. This is optimal for most power demands, which are small, or are requested for short periods of time. There are a lot of technical options, but the hard part is to make them affordable.

Johan Janse: I am sure that electric mobility will be mainstream in a couple of years in the Netherlands. Recently, the impact of COVID‑19 contributed positively to decrease pollution, and electric cars reinforce this perception of blue skies that everyone wants in their cities. In this way, an initiative like AIRQON brings an added value, easy to relate to companies that are green in all the things they do, as for not using fossil fuels or plastics anymore. AIRQON supports our image as a leading company in sustainability. This is the reason why we are doing it. Through this, we hope to better achieve our goal: to increase the use of shared electric vehicles.

Bart van der Born: The growth in electric cars for businesses is also tax-driven. The government sees this as an investment in environment and strongly supports it. Therefore, this leads to these numbers: we sold 20 electric cars in 2018, and 250 in 2019. In addition to this, private owners receive a grant of 4,000 € for new and 2,000 € for second-hand electric cars. The Netherlands needs to meet CO2 regulations, and this makes electric driving a hot topic.

 

On the one hand, there are strong incentives for purchasing cars, but leasing plans are gaining presence all around the world, to the point that the role that vehicle ownership has from now on is seriously questioned. Bart, what is the role of car dealers against leasing companies on electric mobility in the Netherlands?

Bart van der Born: This is a good question, it is now happening. Private owners are switching to leasing plans, growing from 6% to 40% in only three years. The role of car dealers is changing, but we remain being the partner of private owners, like the shop where you come to see and choose the appropriate car for you. Moreover, this new wave of leasing is common for any kind of cars, but around 70% of electric cars are sold by lease plans. This encourages the switch to electromobility, helping the people to feel safer coming to this new product.

 

The development of electric mobility has always ended up facing the vicious circle of recharging infrastructures and the stock of cars but, actually, are there enough available charging infrastructures to support your activities? And if not, how could it be improved?

Jordi Leijnse: For now, I would say there are enough, but the growth of charging stations and the stock of electric cars mismatch. In the medium-long term, we definitely will have a problem. In this way, an additional public support could be done in the public domain with more flexible concessions. For example, we manage grid connections around the city for events, but if they are not taking place, we could deliver charging services in those sites, maximizing the feasibility of the business model for the good of the community.

Johan Janse: I think the Netherlands has the tensest situations in Europe with respect to this. If you look around a neighborhood, many houses have their own private charger, but there is an increasing pressure on public facilities. At the beginning, plug-in hybrid cars, with small batteries, occupied them, and now we are living a rapid increase in full electric cars. As far as around 70 to 80% of the people do not have a private parking facility at home, the pressure on the already scarce public space is increasingly becoming a problem. Nobody likes a charging space in front of its own door, unless they possess an electric vehicle. Anyway, there is an ambitious plan to implement more than a million public chargers by 2030, what means at the same time that new job opportunities will arise for technicians with appropriate skills to do so.

 

What are, in your opinion, the hot topics to be addressed for AIRQON to be a widespread solution?

Johan Janse: With regard to vehicle-to-grid (V2G) or, let’s say, vehicle-to-‘something’ like homes or off-grid applications, the technology is not mature enough. Only CHAdeMO protocol is being used, while CCS Combo, which is intended to be mainstream, has no developments available for those applications, and most car manufacturers are not showing any progress on this or have the feature disabled. Nonetheless, V2G has strong potential to support energy transition in Europe, because car batteries can play as manageable assets to achieve it, like a spread, decentralized power plant with huge total capacity. At the same time, guarantees are essential to ensure the owner that nothing will happen to its battery life, neither damaging nor shortening it by using charging-discharging functionalities.

Bart van der Born: This is very clear for me: if a functionality is in the car, you should be free to use it. Anyway, certification is a must, as in the case of public quick charge infrastructures. Specifically for V2G, Nissan has profoundly developed it as a feature of their cars, but it has to be in accordance to standards. This will make anyone free, for example, to share a car from Buurauto to go to an event, and to participate in AIRQON to power it. However, so far, AIRQON is an innovative test case, and insurances or guarantees are not fully applicable in the same way as for any standard charge. For us, the key of this project is to validate functionalities, while the car and the chargers’ technology is evolving in parallel.

 

Is AIRQON related to other innovative energy initiatives that you are carrying out?

Johan Janse: We have two very interesting examples. Firstly, in the Greenhooper project, we used electric cars to power a mobile information office, an energy-neutral tiny house. The aim is to show visitors that having an electric car is a valid solution to have your home powered independently from the grid, complementary to renewable generation on site. Secondly, in the DeeldeZon project, which is one of the first projects in the Netherlands implementing V2G functionalities in a broader scale, electric cars are able to store energy generated by photovoltaic solar panels installed on an adjacent building and bring it back to the building or inject it to the local distribution network, if needed. This helps to improve the feasibility of shared electric mobility services, which is a capital issue for Buurauto.

Jordi Leijnse: We combine on-grid and off-grid solutions to deliver energy as a service. And having this in mind, for us, the car is a service as well, and AIRQON expands the possibilities of the business models we perform, for example by avoiding direct pollutants like NOx.

 

Consequently, electric mobility is facing important challenges under a broad and multidisciplinary perspective. In AIRQON, how is this being addressed?

Bart van der Born: There is a wide variety of backgrounds merged together in the consortium. Some members have a technical profile, while others have a more practical vision. I am closest to the market and the end users. I know how customers think and feel. This is a challenging project, very energy-consuming, but it is really satisfying to be part of it. We need to get out of the box and find new energy solutions like AIRQON.

Johan Janse: Taking care of vehicles is a key issue, and the AIRQON device is a complex technical solution. However, in the end, it is essential to have a community open for this, since the power will come from participants. If you want to implement a solution like AIRQON, you have to focus on the public.

 

Bearing in mind that an active participation of end users is a fundamental issue, finally, what are your expectations about the future of the AIRQON solution?

Johan Janse: We have to stay focused on user engagement. Moreover, we have to be prepared to fail as well. In fact, failing has sometimes a better value than success. It is part of the learning process, even more in the case of innovation projects. For me, profitability is not an issue. You go to a festival to have a good experience and AIRQON will give a compensation. For this, Buurauto, as a fleet owner, is a facilitator. The added value is doing the right thing for your community, contribute to a more sustainable and healthy future for ourselves and our children.

Bart van der Born: We need wide standards for V2G, and if we had it, we would need a community using their cars. We need acceptance of this feature in the car. If people know this function, and it becomes normal, the participation will be easier, so dissemination is fundamental. Everyone involved with the environment will do it, electric driving is a very big thing. You can power an event in the same way you can power your house. I am sure the future will be like this.

 

 

In conclusion, the electric car is in the middle of a global revolution. Both companies and private users are switching to it pushed by their sustainable, smart features. Electric mobility solutions fit perfectly into shared services and their technology evolution is unstoppable. At the end, both shared car and car ownership options will be necessary. Indeed, having the widest variety of mobility solutions will be essential to meet any final user’s requirements and, consequently, to boost the overall electric car penetration in the market.

Nevertheless, despite of having world-class, outstanding numbers in the Netherlands, charging infrastructures are experiencing an dramatic, increasing pressure. Public support is then required for electric driving due to its strong contributions to the environment and their potential in creating new jobs and business opportunities for the local communities. In addition to this, innovative applications that turn the electric car into energy assets definitely expand its possibilities. This is exactly the context where AIRQON, a crowd-powered solution, is being built on.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ready… Set… Go! Hoe werkt dat nou bij AirQon?

Ready… Set… Go! Hoe werkt dat nou bij AirQon?

How is a typical event with AIRQON in Breda?

January 2020. Right next to the Rat Verlegh Stadium, home of the NAC Breda, which takes its name from a historic local soccer player, the Ploegendienst Winterfestival 2020 takes place. Breda has been hosting this festival since a couple of years and this is one of the most crowded venues where AIRQON has participated so far.

Despite the fact that the Netherlands is a modern, innovative nation, most of the population knows very little about electric mobility. It does not matter that it is a country where world leaders in electric cars like Tesla have had, and continue to have, great success. 100,000 out of its 8 million cars are electric, which is around a 1.25%. But in the neighboring Belgium, the data doesn’t differ much either, with a penetration of around a 1.5%.

What is the problem? As the general trend almost anywhere, one of the main recurring obstacles is the lack of a sufficiently extensive network of public charging points. Therefore, the need of a basic infrastructure publicly supported is perceived, so that it will provide reliance to end users… or again we will stay immersed in the vicious circle. Okay, but, is this the only option to boost electric car driving? Of course not!

Although now, in the Netherlands, private companies have been the first movers to switch to electric mobility, encouraged by strong tax incentives for example, the group of the so-called festival goers is potentially promising and attractive. They are mainly +25 years old, university students, graduates… who will be able to afford an electric car in a few years. Consequently, it is a very interesting potential market segment.

Anyway, AIRQON demonstrates the power and versatility of the electric vehicle by means of individual owners, company fleets, car sharing, pooling or leasing or any other formula…, paving the path for new electric car users that will emerge in the upcoming years. Are we talking about a long‑term engagement? Not at all! We hope to see this evolving in the very short term.


Power as a Service

To organize an event, first of all, we start doing a power inventory. Then, we design our plan, having that AIRQON is a power solution available for us like any other. Later we monitor the event and report the results and performance to the client. This let us see how everything has gone, and even help us to draw a future plan for the next event

Paul Schurink, ZAP Concepts

Getting prepared for the event

We are sure that the electric car is not only for driving, it can also be used for a lot of things. This is the added value for us being part of this project, because we see emerging a lot of potential applications

Tijn Kapteijns, Kairos Events

The ‘D-Day’

 

A very important factor is the engagement of festival goers. With AIRQON, events can build loyalty among their followers, encouraging them to be in contact and share information. So, at the end, this brings added value for event organizers. There is also a lot of possibilities to work on policy awareness by the way.

Wopke Geurts, Faraday Keys